Onzichtbare vrouwen

Eens in de zoveel tijd lees je een boek dat je kijk op de wereld compleet op z’n kop zet. ‘Onzichtbare vrouwen; waarom we leven in een wereld voor en door mannen ontworpen’ geschreven door Caroline Criado Perez was voor mij zo’n boek. Het brengt de verborgen manieren in kaart waarop vrouwen over de hele wereld vergeten worden en welke impact dit heeft op hun leven. Datasets gebaseerd op mannen zijn de standaard en vrouwen de uitzondering. De default is man. Deze vorm van ongelijkheid kan bovendien alleen maar groter worden door de steeds grotere invloed van algoritmen en big data, mits we hier niet actief verandering in brengen. 

Een bizar en illustratief voorbeeld is het sneeuwschuiven in een stadje in Zweden. Tijdens een herziening van het beleid op gender ongelijkheid kwam het lokale bestuur erachter dat sneeuwschuiven vrouwen beduidend meer achterstelt dan mannen. In de winter werden namelijk eerst de autowegen ontdaan van sneeuw en daarna pas de stoepen. De autowegen werden echter merendeels door mannen gebruikt en de stoepen door vrouwen. Uit onderzoek van de data van het lokale ziekenhuis bleek dat er in de winter 79% meer ongelukken met voetgangers plaatsvonden dan in andere maanden. Daarbij werd tweederde van die ongelukken veroorzaakt door gladheid in combinatie met sneeuw. Er gebeurden naar verhouding drie keer zoveel ongelukken met voetgangers dan met motorvoertuigen. Vrouwen vormden ruim 70% van die voetgangers, doordat ze zich veel meer verplaatsen door het naar school brengen van kinderen, zorgtaken en boodschappen doen. Toen het stadje Karlskoga de volgorde van het sneeuwschuiven aanpaste en eerst voetgangerswegen ontdeed van sneeuw had dit een grote impact op de ziekenhuiscijfers. Ook leverde dit meer geld op, doordat er veel minder medische kosten als gevolg van ongelukken met uitglijden plaatsvonden. 

Bovenstaande voorbeeld illustreert de ‘genderdatakloof’. Deze ontstaat door een structureel gebrek aan gegevens over vrouwen. In het geval van het sneeuwschuiven bleek dat er onder het thema mobiliteit, jezelf verplaatsen voor het uitvoeren van zorg en voor het doen van boodschappen niet waren opgenomen. Dan wordt daar ook geen data voor verzamelt.  Mobiliteit werd voornamelijk begrepen als werk gerelateerde mobiliteit. Vrouwen bleken dus onzichtbaar in de data. Hoe kun je daar dan je beleid op aanpassen? Het probleem is niet dat vrouwen bewust worden achtergesteld, maar dat ze onbewust worden vergeten. Dit doordat degenen die het perspectief bepaalden voornamelijk een meerderheid vormen van witte mannen tussen de 25 en 40 jaar.  

Perez laat in haar boek aan de hand van vele wetenschappelijke onderzoeken zien hoe het vrouwelijk perspectief structureel mist in algoritmes en data. Denk bijvoorbeeld aan medische datasets waarin lichamelijke verschillen tussen mannen en vrouwen niet zichtbaar zijn.  Zo worden iPhones nog steeds gemaakt voor een gemiddelde mannelijke hand, ondanks dat Apple weet dat de meerderheid van iPhone bezitters vrouw is. Ook piano’s worden ontworpen voor de gemiddelde mannelijke handwijdte. Stemherkenning is ontworpen op de lagere stemmen van mannen en werkt bij vrouwen vaak niet (goed).

Daarnaast noemt Perez ook meer levensbedreigende voorbeelden als het ontbreken van testen van autostoelen op vrouwen en de invloed van medicatie. Een belangrijk voorbeeld van het verschil tussen het mannen- en vrouwenlichaam is het krijgen van een hartaanval. Lange tijd werd namelijk aangenomen dat de symptomen, zoals pijn op de borst, van een hartaanval voor mannen en vrouwen hetzelfde waren. Inmiddels weten we dat de symptomen wezenlijk verschillen. In Nederland hebben een aantal cardiologen zoals Prof. Angela Maas (Radboud UMC), Dr. Janneke Wittekoek (oprichter HeartLife Kliniek Utrecht) en Dr. Harriette Verwey (LUMC) bijgedragen aan meer bewustzijn over dit onderwerp en zetten zij zich actief in voor genderspecifieke geneeskunde. Het vrouwenlichaam is écht anders dan het mannenlichaam.

Ondanks dat we steeds meer aandacht is voor de genderdatakloof, blijft het vandaag de dag een urgent thema. Tijdens de COVID-19 pandemie waarschuwde de Gates foundation nog voor seksistische en onvolledige data. Vrouwen worden op een andere manier geraakt door de pandemie (o.a. stijging huiselijk geweld en een grotere kans op het verliezen van hun baan) en we kunnen dit niet eens volledig in kaart brengen door een gebrek aan data. Bovendien bevat minder dan de helft van de gemelde COVID-19 gevallen informatie over zowel gender als leeftijd. Een ander voorbeeld dat mij onlangs verbaasde was toen ik mij verdiepte in de hersenziekte waar ik zelf aan lijd: migraine. Deze ziekte komt veel vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Lange tijd is deze ziekte mogelijk hierdoor bestempeld als psychosomatisch en veel minder serieus genomen. Medisch onderzoek naar migraine bevatte ook nog eens voornamelijk mannelijke proefpersonen en proefdieren. Helaas staat hierdoor gedegen onderzoek naar migraine nog in de kinderschoenen. Dit terwijl het onze samenleving veel geld kan opleveren door minder ziekteverzuim wanneer er preventieve medicatie op de markt komt. 

We moeten echter niet vergeten dat het tegenovergestelde ook gebeurt; juist een teveel aan data kan ook tegen vrouwen worden gebruikt. Kijk naar de Verenigde Staten. Het hooggerechtshof trok de abortuswet van het land in, waardoor de wetten van de individuele staten weer van toepassing gaan zijn wat in sommige staten een verbod op abortus gaat betekenen Veel vrouwen houden hun menstruatie cycles bij met mobiele apps. Een zwangerschap en daarmee het uitblijven van menstruatie kan vervolgens uit die data worden afgeleid. Wat als deze data in verkeerde handen valt en vrouwen op basis hiervan worden aangeklaagd? In een land zonder privacy wetten zoals wij dat in Europe kennen is het niet verwonderlijk dat privacy experts daar nu groot alarm om slaan. 

Terug naar Perez. Naast alle medische verschillen beschrijft ze in haar boek ook een groot aantal economische verschillen te herleiden naar de genderdatakloof.  Denk bijvoorbeeld aan al het onbetaalde werk dat vrouwen uitvoeren voor zorg- en huishoudtaken. In Nederland besteden, ter illustratie, mannen 9.2% van hun tijd aan onbepaalde huishoud- en zorgtaken terwijl dit voor vrouwen 14.7% is. Dit verschil zie je zelfs terug in de top van de wetenschap. Vrouwelijke academici die meer onbetaald werk doen dan mannen zoals studenten coachen, notities maken en koffie halen. Ze worden namelijk minder goed beoordeeld als ze niet ‘aardig genoeg’ zijn. Schokkend is ook dat uit onderzoek blijkt dat papers die duidelijk door vrouwen geschreven worden 70% minder worden geciteerd. Een heel ander economisch voorbeeld wat ik zelf ook veel in het Nederlandse bedrijfsleven zie is dat er voor bedrijfsuitjes wel budget is voor een hotelovernachting zodat er gedronken kan worden, maar niet voor kinderopvang zodat een moeder ook mee kan. Hierdoor is het voor vrouwen moeilijker de top te bereiken. 

Met deze blog deel ik slechts een voorproefje van de vele wetenschappelijk onderbouwde voorbeelden die Perez aanhaalt. Het boek werd in 2019 dan ook winnaar van de science book prize. Lichtelijk ironisch wat mij betreft, aan de hand van wetenschappelijke data de genderdatakloof aantonen. Met veel humor en enthousiasme geschreven bracht dit boek mij vele nieuwe inzichten. Soms werkte het ontmoedigend, hoe kan ik mezelf opwerken in een wereld die mij zo tegenwerkt? Gelukkig is Perez ook duidelijk in het aandragen van een oplossing: luister en praat meer met vrouwen. En dat zie je ook in Nederland steeds meer gebeuren. Organisaties als Women Inc die zich actief inzetten voor dit thema helpen daar nog eens extra aan mee. 

Tot slot: waarom is dit een relevant onderwerp voor de Datavakbond? Wij komen op voor de belangen van dataproducenten en daar vallen vrouwen natuurlijk ook onder. Data inclusiviteit is wat ons betreft een belangrijk streven. De genderdatakloof laat zien dat we nog een lange weg te gaan hebben om deze vorm van discriminatie tegen te gaan. Het gaat tijd en energie kosten om onze datasets aan te vullen en beleid opnieuw in te richten. Een eerste stap is uiteraard een breder bewustzijn van het bestaan van dit probleem en hopelijk draagt deze blog daaraan bij. Wanneer we hier niets aan doen, gaat dit probleem alleen nog maar groter worden omdat onze wereld steeds meer data gedreven is. Met een incomplete dataset sla je dan al meteen een verkeerde afslag in. 

Mijn leestip voor deze zomer is uiteraard “Onzichtbare Vrouwen”. Hieronder nog de bronnen die ik heb gebruikt. Heb je commentaar op deze blog of heb je ideeën rondom dit thema voor de Datavakbond? Mail mij dan op laury@datavakbond.nl

Bedankt voor je aandacht,

 

Laury Buijs

Voorzitter de Datavakbond

 

 

 

 

Bronnen:

Boeken:

  • PEREZ, Caroline Criado, Invisible women: exposing data bias in a world designed for men. Vintage, 2019
  • CARRAY, Hans, Migraine is geen hoofdpijn. Brooklyn, 2022

Internet:

  • https://www.vnva.nl/media/rolmodel/prof-dr-angela-maas/
  • https://www.heartlife.nl/passie-preventie-vrouwenhart-2/janneke-wittekoek-2/
  • https://vrouwenhart.nl/nieuws-over-hartinfarct-bij-vrouwen-vrouwenhart/vrouwenhart-interview-met-harriette-verwey-voorvechter-van-het-vrouwenhart/
  • https://www.2doc.nl/documentaires/series/2doc/2020/april/de-slag-om-het-vrouwenhart.html
  • https://www.vox.com/recode/23059057/privacy-abortion-phone-data-roe
  • https://www.npr.org/2022/05/10/1097482967/roe-v-wade-supreme-court-abortion-period-apps?t=1656230519269
  • https://www.gatesfoundation.org/ideas/articles/stat-melinda-gates-sexist-covid19-data
  • https://www.womeninc.nl/
  • https://data.unwomen.org/country/netherlands
  • https://genderdata.worldbank.org/countries/netherlands/
  • https://www.theguardian.com/books/2019/sep/23/gender-data-gap-wins-royal-society-science-book-prize-caroline-criado-perez-invisible-women
  • https://www.nrc.nl/nieuws/2019/11/29/vrouwen-bestaan-of-ze-nu-moeilijk-zijn-of-niet-a3982159
  • https://reportersonline.nl/de-wereld-is-ontworpen-door-mannen-dat-kan-voor-vrouwen-zomaar-dodelijk-zijn/

Verslag ledenvergadering Datavakbond 2022

Op 14 mei vond de datadag plaats. In een zaaltje in Utrecht spraken onder andere Europarlementariër Paul Tang en Data-journalist Reinier Tromp, en werd er gestemd over de toekomst van de datavakbond.

Your Digital Footprint
De bijeenkomst begon met een presentatie van Daan Gerla over Your Digital Footprint. In dit project, gefinancierd door het SIDN-fonds, kan de digitale voetafdruk van gebruikers worden getoond. Elke voetafdruk die YDF visualiseert is een verzameling data van een bedrijf. Deze data kun je te weten komen door de data bij het bedrijf in kwestie op te vragen of door te kijken in de privacy voorwaarden van de website in kwestie. Op de vraag wat nu het vervolg van het project was, stelde Daan dat hij op zoek is naar vrijwilligers om de database te vullen. Er werd verder ook onder andere gevraagd of hij van tevoren ook marktonderzoek had gedaan. Daan zei wel contact met soortgelijke initiatieven – zoals cookiedatabase.org – te hebben gehad. Uit het publiek kwam nog het idee om een koppeling te maken tussen de gegevens die over je worden verzameld en de geschatte (maatschappelijke) schade die dit kan veroorzaken (bijvoorbeeld als je verzekeringspremie omhoog gaat, doordat de verzekering weet dat je aan een ziekte lijdt).

De ALV
Na deze eerste presentatie ging de ALV van start en volgden verschillende stemmingen. Achtereenvolgens werden de notulen van de vorige ALV en de agenda van de huidige ALV met grotere meerderheid aangenomen. Er volgden daarna nog enkele vragen over waar de statuten te vinden zijn en of de vergadering volgens de statuten eigenlijk wel in Utrecht mocht plaatsvinden (eigenlijk niet, maar niemand maakte bezwaar en Utrecht is vanwege de centrale locatie goed te verantwoorden).

Dan was het tijd voor de presentatie van het jaarverslag. De grote lijn was; na wisseling bestuur en gedurende coronaperiode is de organisatie van de datavakbond weer wat beter op orde. Er zijn vaste vergaderingen, twee werkgroepen lopen goed, sociale media is uitgebreid en ledenaantal blijft stijgen. Daarnaast is in het vorige jaar (2021-2022) oa het mooie project Data in Den Haag afgeleverd waarmee de datavakbond zich ook in de media weer even op de kaart zette.

Op de vraag of de datavakbond zich ook op alternatieve media wilde bewegen, was het antwoord dat het bestuur hier over wel wilde nadenken. Mastodon en Matrix zijn hiervoor mooie voorbeelden. Echter het zichtbaar blijven op de bestaande kanalen kost al moeite en er zijn ook goede redenen om juist op de grotere (en minder privacy-vriendelijke) mediaplatforms zichtbaar te blijven, zo stelde het bestuur.

Vervolgens stelden twee leden zich beschikbaar om als kascommissie de jaarrekening te controleren (spoiler: deze werd goedgekeurd). Terwijl dit werd gedaan, werd het afscheid van Daan Gerla als penningmeester van de datavakbond. Daan was er bij vanaf het prille begin en zal in het bestuur zeker worden gemist. Hopelijk blijft hij op andere manieren betrokken.

Hierna stelde de bestuurs-kandidaten zich voor waarop deze keer konden worden gestemd. Laury Buijs en Rogier Huurman wilden wisselen van hun rol als respectievelijk secretaris en voorzitter. Vanwege onder andere het krijgen van een kind, was de rol van secretaris voor Rogier een logische overstap. Laury stelde om als voorzitter zich vooral te willen richten op het verhelderen van de lange termijn doelen van de datavakbond en het verder uitbreiden van de zichtbaarheid en het ledenbestand.

En Arina Angerman stond kandidaat als nieuwe penningmeester. Arina vertelde nog kort over haar ervaring bij kascommissies en onder andere de Europese Vrouwen Lobby en hoe ze haar netwerkvaardigheden voor de datavakbond wenste in te zetten. Stabiele financiering door middel van bijvoorbeeld het verkrijgen van ANBI-status was haar belangrijkste uitgangspunt doel. Na onafhankelijke telling door twee leden, bleken alle drie de kandidaten 14 stemmen voor en 1 stem blanco. Kortom: welkom in het bestuur Arina en succes met jullie nieuwe rol Laury en Rogier.

Hierna een korte toelichting van het nieuwe jaarplan. Drie algemene doelen staan hierin centraal: vastere financiering, meer (actieve) leden en sterkere focus vinden. Ook werd kort de nieuwe website die op de planning staat belicht (en bevraagd). Door een van de leden werd bijvoorbeeld voorgesteld om na te denken over hoe de website toegankelijk te maken, bijvoorbeeld voor slechtzienden. Daarnaast was er nog een korte discussie over de vraag of het een goed idee is om een aparte pagina – afgesloten van de gewone bezoeker – te creëren. Immers; zijn we niet voor openheid van kennis en grootst mogelijke zichtbaarheid van onze artikelen? Het antwoord van het bestuur hierop was dat de gedachte was dat – zoals een gewone vakbond ook specifieke diensten levert voor diens leden – dit ook voor de datavakbond een aantrekkelijke manier kan zijn om leden te werven. Aan de andere kant was het bestuur er mee eens dat hier een goede balans in moet worden gevonden; voor sommige informatie wil je een zo groot mogelijke zichtbaarheid en openheid.

Daarnaast werden kort nog de plannen van de werkgroepen Actie, Inhoud en Tools toegelicht. Tijs Sikma vertelde over een aantal plannen die al uit de brainstorm van de werkgroep Inhoud waren gekomen, waaronder; visualiseren hoe verschillende partijen in het verleden hebben gestemd bij belangrijke privacywetten, een project over toegankelijkheid van websites voor slechtzienden en een project over plannen rondom een Europese digitale identiteit. Wat betreft Acties staat nog steeds op de planning om collectief gebruik te maken van bepaalde AVG-rechten, zoals het recht op Inzage en Verwijdering van eigen persoonsgegevens.

Bij de rondvraag kwamen nog een aantal ophelderingsvragen en ideeën naar voren, bijvoorbeeld om de eigen Nexctcloud-server ter dienste te stellen van leden voor opslag van bestanden voor leden zelf data opslag aan te gaan bieden. Dat zou een dienst kunnen zijn die de Datavakbond dan levert.

Presentatie Reinier Tromp
Vervolgens gaf Reinier Tromp – oud-oprichter van de datavakbond en op dit moment werkzaam als journalist bij Argos – een presentatie over zijn ervaringen als data-journalist. Ten eerste benadrukte hij hoe relevant de datavakbond nog steeds is; ‘Burgers zijn op datagebied geïndividualiseerd. Intenetgebruikers moeten zich organiseren om macht uit te oefenen’. Elk instituut zit volgens hem met hetzelfde probleem; wij willen iets met data maar met wie onderhandelen wij? Er is giga veel behoefte aan een organisatie die echt namens de burgers niet enkel als een groep experts kan spreken op dit thema.

Reinier onderzoekt momenteel het data-gebruik bij de overheid. Onder andere de Algemene Rekenkamer stelde dat je algoritmes eigenlijk niet transparant genoeg kan maken bij beslissingen van de overheid. Zijn er ervaring was dat die transparantie er nagenoeg niet is. “Ik ben al een jaar bezig, bijna alle ministeries en gemeenten op dit thema geWOBd… en ik heb pas drie modellen van gebruikte algoritmen toegestuurd gekregen”.

Omdat bestaande modellen en algoritmen elkaar kunnen versterken, was Reinier vooral bang dat er een grote ongelijkheid ontstaat. Nu al wordt in sommige modellen meegenomen in welke wijk je woont, welke taal je spreekt en of je psychische aandoeningen hebt. Dat kan dan gevolgen hebben of je wel of niet extra op fraude wordt gecontroleerd; waarmee je dus een zichzelf versterkende ongelijkheid creëert.
Gelukkig zijn er volgens Reinier ook goede voorbeelden. Hij prees bijvoorbeeld de gemeente Tilburg wat betreft het gebruik van data en algoritme.

Data Lokaal
Daarna vertelde Tijs Sikma kort over de totstandkoming en belangrijkste conclusies van het project ‘Data Lokaal’. Er werden vervolgens nog enkele vragen gesteld door leden, onder andere of er bij gemeenten nog feedback was gekomen op het rapport. Tijs vertelde dat verschillende gemeenten hadden gemaild dat het rapport was besproken en dat ook verschillende raadsleden positief hadden gemaild (helaas was de online bijeenkomst hierover toendertijd niet doorgegaan).

Hierna kwam nog de vraag over de politieke onafhankelijkheid van de Datavakbond, waarop werd uitgelegd dat sinds de oprichting (waarbij ook oa de Wiardi Beckman stichting betrokken was geweest) het bestuur actief een onafhankelijke positie had ingenomen.

Presentatie Max Passet
De presentatie die hierop volgde was van Max Passet die als stagair werkte aan een inventarisatie van privacy-tools. Max begon zijn verhaal met hoe vreemd het eigenlijk is dat sommige mensen stellen geen problemen te hebben met de verzameling van hun persoonsgegevens door Big Tech omdat ‘dat nu eenmaal zo is’ of ‘ze toch niets te verbergen hebben’. Als je dezelfde personen vraagt of je een app op hun telefoon mag installeren die alles wat ze doen op hun telefoon aan je doorstuurt, is men plots wat terughoudender.

Vervolgens liet hij aan de hand van het boek The Age of Surveillance Capitalism zien wat de essentie is bij de verzameling van persoonsgegevens door deze bedrijven; meer controle op gedrag, en betere kunnen voorspellen wat gebruikers in de toekomst zullen doen. Er is wetgeving – zoals de AVG – hiertegen maar deze blijft in de praktijk in gebreke. De privacy waakhond in Ierland moet – omdat veel bedrijven hier vanwege belastingen zijn gevestigd – 1 op de 5 van de grote privacyzaken afhandelen. En lukte echter slechts 2 procent van de aanvragen te behandelen. Dit terwijl bijvoorbeeld 94.7% van de websites zich maar niet aan de cookiewet houdt.

De privacy-toolbox die Max ontwikkelt heeft als doel dat internetgebruikers meer zicht hebben op de risico’s die zij bij het gebruik van verschillende diensten lopen, om hen vervolgens een overzicht te geven van de (digitale) instrumenten die er zijn om hierin verbetering te brengen. Hij maakt bij zijn risicoanalyse gebruik van de (sector-onafhankelijke) NAVI methodiek. Hij stelt de vraag: Hoe vindt de datatverzameling plaats? Wat kan men met deze data Welke dreigingen brengt dit met zich mee Hoe goed zijn beschermd tegen deze dreigingen? En na deze risicoafweging volgt het maatregelenpakket.

Onder de aanwezigen waren nog een aantal suggesties, bijvoorbeeld dat ook sommige gegevens die voor sommigen onschuldig zijn voor anderen grote risico’s met zich mee kunnen brengen. Een activist in een dictatuur loopt bijvoorbeeld meer risico’s wanneer zijn locatiegegevens worden gelekt. Ook kan bijvoorbeeld de informatie of je man of vrouw bent al gebruikt door financiële instellingen voor het aanbieden van hun producten (zoals een duurdere autoverzekering voor mannen, omdat zij gemiddeld risicovoller rijgedrag vertonen).

Presentatie Paul Tang
Paul Tang trapte zijn presentatie af met de (mogelijke) overname van Twitter door Elon Musk. Hij maakt zich zorgen over hoe het verdienmodel van sociale mediabedrijven schadelijke effecten heeft op de dynamiek van het publieke debat, Het zijn in feite reclameboeren die op basis van persoonsgegevens gepersonaliseerde advertenties verkopen. Het vasthouden van gebruikers op deze media gebeurt aan de hand van sensatie; hoe meer emotie hoe meer gebruikers met het platform interacteren. Op deze manier sturen deze platforms aan tot onenigheid en groepsvorming. Tang verwees hiervoor naar een artikel van de Amerikaans filosoof Jonathan Haidt. Tang relateert ook de versplintering van het politieke landschap in Nederland, de opkomst van complot-denken en het steeds heviger worden van het debat aan deze dynamiek.

Big tech zet daarbij tegelijkertijd een grote druk op de traditionele media. Van elke euro die wordt besteed aan digitale advertenties gaat 50 cent naar Google of Facebook. En terwijl juist de redacties in traditionele media van oudsher middels hun redactionele werk (zoals factchecks) beschermen tegen nepnieuws, zijn zij voor hun inkomsten steeds meer afhankelijk van digitale advertenties.

Vervolgens vertelde Tang over zijn inspanningen in het Europese parlement om gepersonaliseerde advertenties af te schaffen en de macht van Big Tech te doorbreken. Middels de Digital Markets Act en de Digital Sevices Act waren er namelijk wel een aantal successen geboekt. Zo mag er geen gebruik meer worden gemaakt van sensitieve gegevens van gebruikers, is het gebruik van gepersonaliseerde advertenties bij minderjarigen verboden. Een andere stap in de goede richting was de plicht op interoperabiliteit; verplicht gebruik van uitwisselbare standaarden. Vanwege Europese wetgeving moeten ook andere chatdiensten berichten naar bijvoorbeeld je whatsapp of Facebook Messenger gestuurd kunnen worden (zoals via Signal of Telegram).

Het doel van Paul Tang was geweest om dit ook voor bijvoorbeeld de tijdlijn van Facebook en Twitter voor mekaar te krijgen. Dat was uiteindelijke echter niet gelukt. Het verplicht mogelijk maken van een verplicht pluriform aanbod (zoals verschillende algoritmen waarvan je gebruik van kan maken voor het tonen van berichten op je Twitter-tijdlijn) zag hij als de belangrijkste strategie voor het doorbreken van de marktmacht van deze grote bedrijven.

Hierna kwamen nog enkele vragen uit het publiek. Een vraag was hoe hij aankeek tegen het voorstel van sommige activisten om bijvoorbeeld Google en Facebook als een nutsvoorziening te zien en dus (indirect) in handen van een publieke instantie, zoals een stichting, te stellen. Tang benadrukte het belang van pluriformiteit en redactionele onafhankelijkheid van media-aanbieders.

Na de presentatie van Paul Tang werd de Data-dag officieel beëindigd en begaf men zich in de zon naar een lunch-locatie nabij. Hopelijk zien we jullie volgend jaar weer!

Zet het in je agenda: datadag met ALV op 14 mei!

Op zaterdag 14 mei houden wij een Datadag, met onder andere europarlementariër (en mede-oprichter van de Datavakbond) Paul Tang als spreker! Diverse data-experts vertellen over hun professionele omgang met data, we presenteren nieuwe projecten, en in de Algemene Ledenvergadering discussiëren we over het jaarplan, jaarverslag en nieuwe bestuursleden. Op deze pagina lees je alles over deze dag en kun je je aanmelden. Zorg dat je erbij bent!

Datageletterdheid

Door Caroline Williams, lid van de Werkgroep Inhoud

Mensen vragen me vaak waarom we datavaardigheden aanleren in plaats van programmeren of andere IT-disciplines. Om hun vraag te beantwoorden, gebruik ik de vergelijking van datageletterdheid met een zwemdiploma. Dit is een handig voorbeeld voor een land dat bijna helemaal onder de zeespiegel ligt! Datavaardigheden bouwen voort op wat iemand al weet en stellen hen in staat hun datakennis toe te passen op hun werk. Data bestaat in elke branche. Net als een zwemdiploma is het een aanvulling op wat je kunt doen. Kunnen zwemmen vervangt je vermogen om te lopen niet. Het betekent dat je beide kunt doen en dat je ze kunt combineren zoals jij dat wilt.

De ontoegankelijkheid van statistiek
De wereld van data wordt vaak gezien als mysterieus, ingewikkeld en objectief. Als we zien dat mensen data gebruiken, denken we vaak dat ze een speciale intelligentie hebben en dat ze meer weten dan wijzelf. Sommige mensen zijn ervan overtuigd dat als iets op data gebaseerd is, het waar moet zijn. Dan voelt het soms ongemakkelijk om kritische vragen te stellen, om bij het verhaal achter de gegevens te komen. Om vast te kunnen stellen of de conclusies die worden getrokken echt kloppen. In werkelijkheid is data niet zo mysterieus of ingewikkeld.

Data, of gegevens, zijn op het meest basale niveau niet meer dan kleine stukjes informatie. Veel stukjes gegevens die bij elkaar worden gebracht, noemen we een dataset. Wanneer we het antwoord op een datagerelateerde vraag willen weten, verkennen we datasets en zoeken we naar patronen die we kunnen analyseren en visualiseren tot een meer oogvriendelijk formaat. Dit klinkt vrij gemakkelijk om te begrijpen, toch?

Een divers perspectief op data
Waarom gaat het zo vaak mis met data? Voornamelijk door menselijke factoren en menselijke beslissingen. Bijvoorbeeld als we niet de juiste vragen stellen en niet alle gegevens hebben. In plaats daarvan baseren we onze vragen op de gegevens die we wel hebben. Dit is een beetje alsof je fiets een lekke band heeft. Omdat je een winkel hebt die gespecialiseerd is in fietskettingen, ga je op zoek naar een setje waarmee je fietskettingen kan repareren. Dat is wat je op voorraad hebt. Het maakt niet uit hoeveel fietskettingen je vervangt, het zal je lekke band niet repareren. Hetzelfde met data. Stel je niet de juiste vragen en gebruik je geen relevante data, dan loop je tegen problemen aan.

Wat ook belangrijk is, is de achtergrond van de mensen die met data werken. Als iedereen die naar de dataset kijkt dezelfde achtergrond, geslacht, etnische identiteit en dergelijke heeft, dan mis je wat de gegevens mogelijk laten zien en verval je in plaats daarvan in groepsdenken. Als niemand in het datateam een ander perspectief kan bieden, kan de uitkomst van een analyse zelfs gevaarlijk zijn- zoals bij het programmeren van programma’s die zijn gemaakt om te voorspellen welke buurten meer kans hebben op hogere criminaliteitscijfers, op basis van gegevens over burgers. Of welke burgers eerder fraude plegen met overheidsprogramma’s. Niet op basis van feiten, maar op basis van het gebrek aan diverse perspectieven in het team dat met de gegevens werkt.

Wat gebeurt er met je data?
Als we gegevens gebruiken die door mensen zijn geproduceerd, hebben we ook de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat privacygevoelige gegevens op de juiste manier en met toestemming verwerkt worden. Mensen moeten weten welke gegevens ze produceren via hun apparaten, voorkeuren en acties. Ze moeten ook weten hoe deze gegevens gebruikt gaan worden en waarvoor ze het inruilen.
Zo is het handig om te weten dat een app van bijvoorbeeld een supermarkt je winkelgewoonten analyseert zodat je kortingen kan krijgen op de producten die je het meest koopt. Maar daar hoort ook bij dat je wellicht beïnvloed zult worden om vaker geld uit te geven in die winkel. Als je dit weet, kan je zelf veel beter beslissen of je hiermee akkoord gaat. Als je niet begrijpt hoe de app van de supermarkt werkt, worden je gegevens soms niet in jouw belang gebruikt.

Toegankelijkheid creëren
Het verhogen van het datageletterdheidsniveau van onze samenleving is een belangrijk instrument om ongelijkheid tegen te gaan. Als we beter begrijpen hoe data onze samenleving beïnvloedt met betrekking tot budgetten, goederen en diensten, beleid en onze dagelijkse gewoonten, dan blijft de kracht van data niet beperkt tot een kleine groep specialisten. In plaats daarvan wordt het iets dat open en toegankelijk is, in twijfel kan worden getrokken en kan worden gebruikt om “met elkaar te bouwen” in plaats van dat het “voor jou gebouwd wordt”. En daar hebben we als samenleving uiteindelijk allemaal profijt van.

 

Digitalisering in het regeerakkoord: een stap in de juiste richting, maar nog een hoop werk aan de winkel

Door Bor van Zeeland, lid van de Werkgroep Inhoud Datavakbond

Na 272 dagen formeren werd afgelopen 15 december dan eindelijk het coalitieakkoord gepresenteerd, voor wat kabinet Rutte IV zal worden. Het is voor het eerst dat het onderwerp digitalisering een eigen paragraaf toegewezen kreeg in een regeerakkoord en er is eindelijk een bewindspersoon voor digitalisering.

In het regeerakkoord staan dingen waar we als Datavakbond blij van worden zoals: “De overheid geeft het goede voorbeeld door niet meer data te verzamelen en onderling te delen dan nodig en ontwikkelt regels voor data ethiek in de publieke sector. We geven mensen een eigen ‘online’ identiteit en regie over hun eigen data.”

Desondanks werpt het coalitieakkoord een hoop vragen op en blijven een aantal belangrijke vraagstukken op het gebied van data en digitalisering onbeantwoord.

In maart van vorig jaar heeft de Datavakbond voor de verkiezingen een politieke datavergelijker opgesteld door te kijken naar de verschillende partijprogramma’s. Op basis daarvan vonden we een aantal standpunten waar de meeste partijen het wel over eens waren zoals: het verhogen van het budget van de AP, ervoor zorgen dat gebruikers meer controle krijgen over hun persoonsgegevens en het vergroten van het toezicht op algoritmes.

Maar er waren ook nog een aantal onderwerpen waar partijen het oneens over elkaar waren: Moeten we meer of minder data verzamelen van verdachten? Moeten inlichtingendiensten meer of minder bevoegdheden krijgen? En moeten we technologische innovatie juist omarmen of kritisch benaderen?

Burgerrechten online en de Autoriteit Persoonsgegevens

Een van de belangrijkste punten uit het regeerakkoord is de erkenning van fundamentele burgerrechten online. Een van de manieren waarop de regering dit wil doen is door te investeren in een sterke positie van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en door de samenwerking en samenhang tussen de diverse digitale toezichthouders te versterken.

Uit de Politieke Datavergelijker bleek dat de meeste partijen het nodig vinden dat de AP meer middelen zou moeten krijgen. Desalniettemin krijgt de AP in het regeerakkoord bij lange na niet de middelen die nodig zijn om zijn wettelijke taken te vervullen.

Uit onderzoek van KPMG blijkt dat het budget van de AP zou moeten groeien van 25 naar minimaal 66 miljoen euro per jaar om aan de wettelijke taken en de Europese toezichteisen te voldoen. In het regeerakkoord wordt slechts 8 miljoen boven op de huidige 25 miljoen vrijgemaakt voor de AP vanaf 2025. Dit bedrag is bij lange na niet genoeg om de groei in achterstand bij de AP te kunnen stoppen, laat staan te dichten. Een sterke positie van de AP lijkt in werkelijkheid nog ver uit het zicht.

Dit aanhoudende gebrek aan middelen voor de AP zorgt ervoor dat de privacy van burgers veel sneller in het geding kan komen. De AP kan onderzoeken naar overtredingen van de wet en datalekken niet goed uitvoeren, waardoor sancties uitblijven en bedrijven te vaak ongestraft de wet kunnen overtreden.

Daarnaast zal dit aanhoudende gebrek ervoor zorgen dat de AP niet goed kan samenwerken met andere Europese privacytoezichthouders. De AP kan namelijk nog steeds niet kan meewerken aan grensoverschrijdende zaken waar meerdere Europese privacytoezichthouders bij betrokken zijn. In het coalitieakkoord wordt gesteld dat het kabinet het voortouw wil nemen binnen de EU en de samenwerking tussen lidstaten op het gebied van digitalisering wil versterken. Als onderdeel hiervan zou de regering het budget van de AP moeten verhogen, zodat deze effectief internationaal kan samenwerken.

 

De Algoritmetoezichthouder

In onze politieke datavergelijker hadden we vastgesteld dat het zeer waarschijnlijk zou zijn dat er meer toezicht zal komen op het gebruik van algoritmes. Het was een onderwerp dat relatief veel aandacht kreeg in de campagne wegens de toeslagenaffaire. De nieuwe coalitie zal dan ook het toezicht op algoritmes vergroten door het aanstellen van een algoritmetoezichthouder. Deze toezichthouder zal algoritmes toetsen op discriminatie, willekeur en transparantie. Het zal wettelijk verankerd worden dat algoritmes die de overheid en andere entiteiten gebruiken hierop getoetst worden. Maar moet de toezichthouder niet verder kijken dan alleen discriminatie, willekeur en transparantie?

De Tijdelijke Commissie Uitvoeringsorganisaties heeft vorig jaar gekeken naar waar het mis gaat met het gebruik van algoritmes in uitvoeringsorganisaties. Op basis daarvan valt op dat het met algoritmes voornamelijk mis gaat in uitzonderingsgevallen. Deze uitzonderingen bevinden zich vaak onder de meest kwetsbare groepen in onze samenleving, die vaak de weg naar de overheid niet zo goed kennen. Wij vragen ons af hoe deze kennis meegenomen zal worden in het toetsen van algoritmes.

De algoritmetoezichthouder zal vallen onder de Autoriteit Persoonsgegevens en de overheid zal jaarlijks 3,6 miljoen euro extra uittrekken voor deze extra functie van de AP. Is dit wel genoeg voor de AP om een extra taak op zich te nemen? En heeft de AP wel de nodige kennis in huis om algoritmes op een goede manier te kunnen toetsen? Er is namelijk nog veel onduidelijkheid over het gebruik van algoritmes door de overheid. Zo hebben overheidsinstanties zelf vaak een slecht beeld van wat voor algoritmes er worden gebruikt en een algoritmeregister, zoals de gemeente Amsterdam heeft, ontbreekt nog in de plannen.

Controle over je eigen data

De meeste partijen beaamden in hun verkiezingsprogramma’s dat gebruikers meer controle zouden moeten krijgen over hun persoonsgegevens. In het regeerakkoord neemt de overheid deze taak op zichzelf en stelt het doel om burgers regie te geven over hun eigen data. Echter dient de overheid voorzichtig te zijn met hoe het mensen de regie geeft. Mensen zelf de regie geven kan namelijk ook averechtse gevolgen hebben. Een voorbeeld hiervan is het persoonsgebonden budget in de zorg. Het idee hiervan was dat gehandicapten, ouderen en langdurig zieken hun eigen zorg zouden kunnen inkopen, om hen zo de regie te geven. Het systeem hiervoor bleek echter te complex waardoor het zeer lastig was voor deze groep kwetsbare mensen om zorg te regelen. Mensen hadden niet het gevoel dat ze de regie hadden, maar voelden zich vooral aan hun lot overgelaten.

Gaat de coalitie een adequate datastrategie opstellen om dergelijke problemen met eigen regie te voorkomen?

Een van de manieren waarop de overheid burgers regie over hun eigen data wil geven is door het creëren van een online identiteit voor burgers. dergelijk idee voelt niet heel ver weg meer, vooral nu de meesten van ons al gewend zijn aan de CoronaCheck app. Een eigen online identiteit kan leiden tot een stuk meer overzicht en controle, omdat we minder gebruikersnamen en wachtwoorden hoeven te onthouden en omdat er veel meer op een plek te vinden zal zijn. Ook is het hiermee makkelijker om diensten aan elkaar te koppelen. Echter moeten we voorzichtig zijn met een dergelijke online identiteit, omdat het een grote dreiging zou kunnen zijn voor onze privacy en vrijheid. Niet alleen kan het de mate van controle vanuit de overheid vergroten, maar ook voor commerciële partijen is een dergelijke online identiteit waardevol. Het is dus belangrijk dat we een discussie voeren over in welke mate we een dergelijk systeem willen overlaten aan de markt, en over hoe we goed toezicht kunnen houden op een dergelijk systeem om misbruik te voorkomen.

Innovatie: Kritisch benaderen of omarmen?

Een vraag die openbleef in de politieke datavergelijker was of we kritisch of juist open moesten zijn naar technologische innovatie toe. In het regeerakkoord wordt veelal positief gesproken over technologische ontwikkelingen en de kansen die deze technologie kan bieden. Maar er wordt er wordt vooral naar gekeken als iets wat overgelaten dient te worden aan de markt. Er wordt gesproken over het verzilveren van digitale kansen, het versterken van concurrentie en het beschermen van kapitaal. Ook vinden wij dat er nog te veel focus ligt op publiek-private samenwerking, waarbij marktpartijen te veel invloed krijgen in de visie en uitvoering.

Vooral in een tijd als deze waarin onze communicatie noodgedwongen op afstand moet plaatsvinden, zou het voor burgers mogelijk moeten zijn om van diensten gebruik te kunnen maken waar het algemene belang in plaats van het commerciële belang voorop staat. Leerlingen in alle lagen van het onderwijs worden nog steeds gedwongen om gebruik te maken van Teams, Zoom en de onveilige software van Proctorio om hun onderwijs te kunnen volgen. De overheid zou digitalisering en technologische innovatie moeten aanpakken als kans om nieuwe en revolutionaire publieke diensten op te zetten om zo privacy, transparantie en toegankelijkheid te waarborgen.

De toegankelijke overheid

Vooral in de nasleep van de toeslagenaffaire is het belangrijk dat de overheid als instelling toegankelijk blijft. Daarom zijn wij blij om te zien dat de overheid er zich voor in zet dat zij toegankelijk blijft via niet-digitale wegen. Ook is het belangrijk dat burgers die minder vaardig zijn in het gebruik van digitale middelen beschikking kunnen krijgen over de kennis die nodig is om de overheid via de digitale weg te bereiken. Omdat deze kennis zo essentieel is, vinden wij dat er voor burgers altijd een punt in de buurt moet zijn, zoals een bibliotheek waar ze voor deze kennis terechtkunnen. Zonder dat daar een winstoogmerk achter zit. Een publiek-private strategie is niet voldoende.

Justitie en Veiligheid

Op het gebied van justitie en veiligheid bleven in de datavergelijker twee vragen open. 1) Moet er meer of juist minder data van verdachten worden verzameld en gedeeld? 2) Moeten de inlichtingendiensten meer of minder bevoegdheden krijgen?

In het regeerakkoord stelt de coalitie dat de overheid niet meer data verzamelt en onderling deelt dan nodig is. Tegelijkertijd wordt bij veiligheid en justitie juist gewerkt aan het aanpassen van wetgeving op het gebied van gegevensuitwisseling en opsporing om de aanpak van criminaliteit effectiever te maken. Ook wil de coalitie dat de positie van inlichtingendiensten wordt versterkt. Het lijkt erop dat de coalitie in de afweging tussen privacy en veiligheid meer neigt naar veiligheid. Een onderwerp dat ontbreekt in het coalitieakkoord is encryptie. Vorig jaar was er enige ophef hierover, omdat Minister Grapperhaus bezig was met een plan om de end-to-end encryptie van chatplatformen te verzwakken. Er werd toen besloten dat het aan het volgende kabinet (Rutte IV) was om een keuze hierover te maken. Vreemd genoeg komt het onderwerp niet voor in het huidige regeerakkoord, terwijl in het regeringsakkoord van Rutte III duidelijk werd benadrukt dat er niet getoornd zou worden aan encryptie.

De Staatssecretaris

Een ander onderwerp wat niet is benoemd, maar er wel is gekomen is een staatssecretaris voor Digitalisering. Alexandra van Huffelen heeft de post toegewezen gekregen in het nieuwe kabinet. Zij heeft geen eerdere ervaring met overheids-ICT, maar staat wel bekend als een goede bestuurder met een open blik. (Om haar te feliciteren met haar functie heeft het bestuur van de Datavakbond haar een kaart opgestuurd.) Ondanks dat het een grote stap in de goede richting is dat er een staatssecretaris voor Digitale Zaken komt, tonen het coalitieakkoord en het takenpakket van de Staatssecretaris dat een Minister of Ministerie van Digitale zaken noodzakelijk is voor een holistische benadering van de vraagstukken en problemen rondom digitalisering, privacy en data.

Het huidige takenpakket van de staatssecretaris legt de focus te veel bij beheerstaken. Hierdoor komen belangrijke vraagstukken over digitalisering en privacy vaak terecht bij andere Ministeries. Neem bijvoorbeeld het opbreken van Big Tech of het feit dat justitie meer inzet op veiligheid dan op privacy.

Dit is niet een analyse die alleen de Datavakbond maakt. Ook de WRR adviseerde de overheid dat er gewerkt moet worden aan een visie op hoe wij onze digitale leefwereld willen inrichten. Digitalisering is nou eenmaal een onderwerp dat rijkt tot in alle hoeken van onze overheid en samenleving. We zijn benieuwd hoe de staatssecretaris om zal gaan met de vraagstukken en problemen op dit vlak.

Deel je bovenstaande analyse of wil je er juist op reageren? Stuur een mailtje naar Inhoud@datavakbond.nl